Sociaal emotionele ontwikkeling kind

Een goede sociale ontwikkeling is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van een kind om een zelfstandig mens te worden. Op school willen wij niet alleen werken aan het aanbieden en toepassen van kennis.

 

Het ‘samen vieren’, ‘respect’, ‘saamhorigheid’, ‘sfeer’ vinden we belangrijk op de Nobelaer. We hebben hiervoor onze eigen methode voor sociale-emotionele vaardigheden ontwikkeld. Deze methode is tot stand gekomen door de sociaal-emotionele methode ‘Beter omgaan met jezelf en de ander’, de godsdienstmethode ‘Trefwoord’, onze gedragsregels Netjes, Aardig, Rustig (NAR) en de ‘vooronderstellingen’ van Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) te combineren.

 

De leerkracht observeert en volgt de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind tijdens de les, de lessen in de speel/gymzaal en het buitenspel. In de groepen 1 t/m 8 wordt de signaleringslijst ‘Zien’ voor sociaal emotionele ontwikkeling twee maal per jaar ingevuld voor de gehele groep. Het programma ‘Zien’ laat de bevindingen van de leerkracht over het gedrag van de groep en de individuele kinderen zien. Zien geeft handelingsadviezen voor zowel leerkrachten als ouders.

 

In groep 7 wordt door meester Michael het programma ‘Rots en Water’ aangeboden. Het programma richt zich op de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen, het voorkomen en aanpakken van pesten, weerbaarheid en seksueel geweld. Dit programma is een wetenschappelijk bewezen effectieve methode en geeft kinderen houvast in moeilijke situaties.

 

Op school hebben wij regels opgesteld. Alle groepen besteden daar wekelijks aandacht aan. In de gang, op het bord bij de ingang, hangt elke week de nieuwe regel. De regels zijn gebaseerd op Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP). NLP kijkt naar wat goed werkt en hoe je een negatieve boodschap in een positieve boodschap kunt veranderen.

De NAR (Netjes Aardig Rustig) regels zijn:

  1. Iedereen voelt zich op zijn best, als niemand wordt gepest.
  2. Werk netjes en neem de tijd, het is geen wedstrijd.
  3. Netjes vragen of je iets mag lenen, dan krijg je geen problemen.
  4. Wanneer we samen spelen zullen we samen delen.
  5. Ruim je eigen rommel op, dan is de klas netjes en tiptop.
  6. Wees zuinig op het materiaal, want het is van ons allemaal.
  7. Heeft een vriendje verdriet, help hem dan als je het ziet.
  8. Voor groot en klein zullen we aardig zijn.
  9. Wandelen in de gang, dat weten wij allang.
  10. De school is een wandelgebied, maar buiten hoeft dat lekker niet.
  11. Wij laten merken hoe rustig wij kunnen (samen)werken.
  12. Een echte vriend zorgt dat het goed met je gaat.
  13. Ben je aardig tegen iedereen, dan heb je veel vrienden om je heen.
  14. Denk eerst na voordat je iets doet, dat voelt ook voor de ander goed.
  15. Er is er maar één die praat, zodat luisteren beter gaat.
  16. Word jij of een ander kind gepest, tegen de juf of meester zeggen mag dan best.